Jan Peeters

Museum Slager ziet het als zijn missie om beginnende en gevestigde kunstenaars een podium te geven. Het gaat om makers die een band hebben met ’s-Hertogenbosch en passen bij het gedachtengoed van de familie Slager.

Jan Peeters is zo’n kunstenaar, bekend van zijn tentoonstelling ‘Van Paarden en Ander Moois’ in 2024/2025. Wat er sindsdien gebeurd is, geeft een uniek inkijkje in de snelle ontwikkeling van Peeters, waarin Museum Slager een belangrijke rol speelt.

Een sprekend voorbeeld is de wisselwerking tussen kunstenaar en museum. Zo trok genoemde tentoonstelling deels een heel nieuw publiek aan, bleek bij de entree. Op de vraag naar de Museumkaart kwam vaak een bijna standaard antwoord: ‘Nee, wij komen (bijna) nooit in een museum, wij komen voor de paarden.’ Door gerichte publiciteit kreeg de paardenschilder een uniek podium en Museum Slager een nieuw publiek dat liet blijken blij verrast en geïnteresseerd te zijn.

“Zonder erkenning van je werk ben je als kunstenaar ‘niets’. Die erkenning komt in eerste instantie vanuit je directe omgeving en na een tijdje denk je aan kleinschalig exposeren. Als je dan ook werk verkoopt en opdrachten krijgt ga je op zoek naar iets groters. Want in je onzekerheid als beginnend kunstenaar vraag je je stiekem af of je die expositieruimte nu verdiend hebt of dat men blij is dat er überhaupt iets hangt. Dus toen ik voor het eerst bij het Bossche museum ‘voor realistische kunst’ binnenstapte, was dat voor mij wel een lakmoesproef: Is mijn werk goed genoeg?”

“Het heeft mij voldoende zelfvertrouwen gegeven om voor het eerst mee te doen met (internationale) schilderwedstrijden, waarbij ik inmiddels heel wat prijzen in de wacht heb gesleept. Sinds mijn tentoonstelling in 2025 heb ik in totaal elf prijzen in de wacht gesleept bij de American Art Awards, European Watercolor Golden Brush, World Art Awards, Winsor & Newton contest en, heel bijzonder, deelname aan de International Watercolor Masters. Dat is een jaarlijkse tentoonstelling in het Engelse Shropshire van werken van de internationaal erkende meesters van de aquarel. Tegelijk met die tentoonstelling worden er 200 door hen geballoteerde werken geëxposeerd van aanstormend talent. Daar hangt komende maand ook een werk van mij bij. Dus dat maakt mij enorm dankbaar en trots.”

“Dat besef kwam tijdens de vele uren die ik tijdens mijn tentoonstelling aanwezig was. Als (oud)journalist en fotograaf observeer ik graag. Meer dan ooit zie ik hoezeer mensen schoonheid nodig hebben. Maar ook hoezeer ik als kunstenaar die herkenning – van het schone – en erkenning – van mijn werk – nodig heb. Anders dan je soms in een sombere bui kunt denken zitten er wel degelijk mensen op te wachten. Vergelijk het met muziek: ik kan geen noot spelen, maar ik kan mij geen leven voorstellen zonder muziek. Ik vraag mij af of ik zonder muziek wel had kunnen maken wat ik tot nu toe gemaakt heb.”

“Het is heel bijzonder als iemand ontroerd raakt doordat je in je schilderijen het licht weet te vangen. Als iemand je daarvoor komt bedanken omdat het hemzelf maar niet lukt. Of de paardenmensen die je complimenteren omdat ze zelden tot nooit een kunstwerk van een paard zien dat klopt. Dat zijn de complimenten die je nodig hebt om door te gaan, een absolute voorwaarde zelfs. En dat is dus wat een museum doet: het brengt mensen in aanraking met kunst waarvan ze soms het bestaan niet kenden.

Ik heb een wat minder gangbare stijl van aquarelleren bijvoorbeeld en dat heeft menigeen verrast. En meermaals leidden gesprekken met bezoekers tot de opmerking ‘ik ga toch mijn schilderspullen weer eens van zolder halen’. Dat is geweldig!”

Koningin Wilhelminabrug Den Bosch

“In de tussentijd heb ik vorige maand met zeven werken gescoord bij de Art Collectors Awards. Zo werd ik eerste met mijn werk van de Bossche Wilhelminabrug in de categorie Stadsgezichten. Gesterkt door dit succes heb ik het aangedurfd mij aan te melden voor de ‘Masters of Realism’, een club van topkunstenaars op het gebied van het realisme. Bekende namen zijn Henk Helmantel en Ans Markus, van wie eerder een zeer succesvolle expositie in Museum Slager te zien was. Onlangs ben ik tot dit illustere gezelschap toegelaten en mag ik mijzelf ‘Meester van het Realisme’ noemen.

Als je bedenkt dat ik in 2019 na reorganisatie op straat kwam te staan en besloot kunstenaar te worden is dat een opmerkelijk snelle ontwikkeling. Mijn tentoonstelling in Museum Slager, waar ik een jaar lang intensief naartoe heb gewerkt, is daarbij een hele belangrijke stapsteen geworden.”